Wanneer teleurstelling ons aangrijpt, richten we ons op het tegenovergestelde, worden we versterkt en beschermd door het Licht van ons Geloof – Heilige Serafim van Sarov, Rusland (+1833)

http://cominghome-orthodoxy.wordpress.com

COMING HOME – ORTHODOXY

Ondanks datgene wat me overkomt wordt ik getroost door de Heilige Seraphim van Sarov (Rusland), die zijn geestelijke kinderen met deze woorden instrueerde: “Wanneer teleurstelling ons aangrijpt, richten we ons op het tegenovergestelde, worden we versterkt en beschermd door het Licht van ons Geloof, verzetten we ons met grote moed tegen de geest van het kwaad.Wat heeft God aan ons, wanneer we van Hem zijn verwijderd, Zijn hemelse goedheid afwijzen en een slaaf worden van het kwaad? We dienen onszelf te hernemen: Christus, de Zoon van God, heeft immers de heerschappij over ons en over alles. Laat je niet marchanderen, we worden standvastig gemaakt door de deugd van het Kruis, tegenstrever, we verpletteren je overweging“.

Bron:

http://www.lucascleophas.nl

LUCAS CLEOPHAS

Advertenties

Jezus gaat naar de hemel – Handelingen 1 – Heilige Bijbel

Jezus gaat naar de hemel

Heilige Bijbel: Handelingen 1:1-26

1Beste Theofilus, in mijn eerste boek heb ik u verteld over het leven van Jezus en zijn lessen 2en hoe Hij naar de hemel ging, nadat Hij zijn apostelen verdere aanwijzingen door de Heilige Geest had gegeven.

3Gedurende de veertig dagen na zijn kruisiging is Hij van tijd tot tijd bij de apostelen geweest en bewees hun op allerlei manieren dat Hij leefde. Telkens weer sprak Hij met hen over het Koninkrijk van God. 4Tijdens een van deze ontmoetingen zei Hij dat zij Jeruzalem nog niet mochten verlaten: ‘Wacht eerst op wat de Vader beloofd heeft,’ zei Hij. ‘Ik heb al verteld wat er zal gebeuren. 5Johannes doopte met water, maar over enkele dagen zullen jullie met de Heilige Geest gedoopt worden.’

6Terwijl zij zo bij elkaar waren, vroegen zij Hem: ‘Here, gaat U nu van Israël weer een vrij land maken, met een eigen koning?’ 7‘Dat hoeven jullie niet te weten,’ antwoordde Hij. ‘Mijn Vader beslist hoe en wanneer bepaalde dingen gebeuren. 8Maar als de Heilige Geest op jullie neerkomt, zullen jullie kracht ontvangen om de waarheid over Mij te vertellen aan de mensen in Jeruzalem en ook in Judea en Samaria, en zelfs tot in de verste uithoeken van de wereld.’
9Nadat Hij dit gezegd had, zagen zij hoe Hij omhoogging in de lucht tot een wolk Hem aan het gezicht onttrok. 10Terwijl zij nog naar de lucht tuurden, stonden er plotseling twee mannen bij hen, met witte kleren aan. 11‘Galileeërs,’ zeiden zij, ‘wat staat u toch naar de lucht te kijken? Jezus is in de hemel opgenomen. Maar Hij zal net zo terugkomen als u Hem hebt zien weggaan.’
12Daarop gingen zij van de Olijfberg terug naar Jeruzalem. Dat was een kwartier lopen. 13In de stad aangekomen, gingen zij meteen door naar de bovenverdieping van het huis waar zij elkaar altijd ontmoetten: Petrus, Johannes, Jakobus, Andreas, Filippus en Thomas, Bartholomeüs, Mattheüs en Jakobus (de zoon van Alfeüs), Simon de Zeloot en Judas, de zoon van Jakobus.
14Voortdurend baden zij eensgezind met elkaar, samen met de vrouwen die met Jezus waren meegekomen, zijn moeder Maria en zijn broers. 15Op een van die dagen ging Petrus staan om te spreken. Er waren op dat moment ongeveer honderdtwintig mensen bijeen.

16‘Vrienden,’ zei hij. ‘Wat er over Judas in de Boeken staat, moest gebeuren. Door David heeft de Heilige Geest gezegd hoe het met hem zou aflopen. Judas heeft de mensen die Jezus gevangen wilden nemen, de weg gewezen. 17Hij was een van ons en had dezelfde opdracht als wij. 18Met het geld dat hij voor zijn verraad had gekregen, werd een stuk grond gekocht. Zelf viel hij languit voorover en zijn buik scheurde open en al zijn ingewanden kwamen eruit. 19Iedereen in Jeruzalem hoorde ervan. Daarom heet dat stuk grond ook Akeldama, wat bloedgrond betekent. 20Dit klopt precies met wat er in de Psalmen van David staat: “Verander zijn woonplaats in een woestenij en laat er nooit meer iemand wonen” en “Laat een ander zijn taak overnemen!”

21Iemand anders moet dus de plaats van Judas innemen. Het moet iemand zijn die al de tijd dat Jezus onder ons leefde, erbij geweest is, 22vanaf de dag dat Jezus in de Jordaan werd gedoopt tot Hij in de hemel werd opgenomen. Hij moet, net als wij, kunnen vertellen dat hij zelf gezien heeft dat Jezus weer leeft.’

23Zij stelden twee mannen voor: Jozef, die ook wel Barsabbas of Justus werd genoemd, en Mattias. 24Zij vroegen God in gebed: ‘Here, U kent alle mensen door en door. Wilt U aanwijzen voor wie U kiest? 25Laat hij apostel worden in de plaats van Judas, die afgeweken is van zijn taak.’ 26Zij gingen erom loten wie het zou worden en het lot viel op Mattias. Voortaan was hij een van de twaalf apostelen.

Bron:

https://www.bible.com/bible/75/ACT.1.HTB

BIBLE

Heilige Basilius de Grote, bisschop van Caesarea in Cappadocië, Klein-Azië (+379) – 1 januari

http://havefaithorthodoxy.wordpress.com

HAVE FAITH – ORTHODOXY

netherlands fd.jpg

stbasil2.jpg

Heilige Basilius de Grote bisschop van Caesarea

in Cappadocië, Klein-Azië (+379)

1 januari

Bron:

http://www.orthodoxasten.nl

http://www.orthodoxasten.nl/heiligen/heiligen0101.htm

ORTHODOX ASTEN

De heilige Basilius de Grote stamde uit een geslacht van martelaren en werd geboren kort nadat de vrede tussen kerk en staat gesloten was. Het was een gezin waarvan niet minder dan vier kinderen tot de grote heiligen behoren: Makrina en haar broers Basilius, Gregorius van Nyssa en Petrus van Sebaste. Basilius, geboren in 329 en niet ouder geworden dan 50 jaar‚ was zulk een imponerende persoonlijkheid dat hij reeds tijdens zijn leven ‘de Grote’ werd genoemd.

Toen hij als kind scheen te sterven aan een zware ziekte, beloofden zijn ouders hem aan de dienst van God te wijden wanneer hij genezen zou. Na zijn opvoeding in Caesarea voltooide hij zijn studie in Athene‚ toenmaals het centrum van beschaving. Daar leerde hij een medestudent Gregorius kennen, die evenzeer met al zijn kracht ernaar streefde om werkelijk christen te zijn, en deze twee werden alspoedig door een innige vriendschap verbonden. Na zijn studie werkte Basilius enige tijd als leraar, maar al spoedig volgde hij het voorbeeld van zijn heilige zuster Makrina, en trok zich, samen met Gregorius, in de eenzaamheid terug. Hij dacht diep na over het monniksleven, maakte grote reizen om de monniken van Egypte, Palestina en Mesopotamië te bezoeken, evenals de kerken van Alexandrië, Jeruzalem en Antiochië. Zo stichtte hij zijn kloostergemeenschap in de buurt van het tegenwoordige Niksar. Reeds enkele jaren later, nog vóór 360‚ had zich daar een groep monniken gevormd. Het leven was er uiterst streng en zij leden grote armoede. Slechts aan de hulp van Basilius’ moeder Emilia was het te danken dat ze niet van honger gestorven waren, schrijft Gregorius later.

Slechts enkele jaren heeft Basilius dit rustige leven geleid: de nood van de kerk die door geloofstwisten verdeeld werd, drong zich te zeer op aan zijn geest. Hij ging terug naar de stad, waar hij priester gewijd werd in 364, en nam de strijd op tegen de ariaanse ketterij. Reeds toen zag men hem als de eigenlijke bestuurder van de kerk in Caesarea, en na de dood van bisschop Eusebius in 370 was Basilius de aangewezen opvolger. Met een enorme energie heeft hij de resterende negen jaren van zijn leven gewerkt. Hij is een van de geweldigste figuren onder de kerkvaders door de diepte van zijn theologisch inzicht, door zijn grote geleerdheid die zich breed uitstrekte over alle terreinen van de menselijke kennis, door de ernst waarmee hij deze inzichten ook in zijn eigen leven tot gelding bracht, door zijn grote organisatorische gaven, en door zijn meeslepende welsprekendheid.

Voor zijn stadsgenoten bouwde hij ziekenhuizen, een melaatsentehuis, werkinrichtingen, gasthuizen, kerken en woningen in zulk een omvang, dat men zelfs sprak over de ‘Basiliusstad’. Zijn intense bestudering van de Heilige Schrift kwam tot leven in preken en commentaren, tegelijk populair en wetenschappelijk. Zijn beroemde serie toespraken over de schepping, de Hexameron (het zesdagenwerk), leert ons veel over de stand van de natuurwetenschappen in die tijd. Zijn brieven met raadgevingen werden overgeschreven en overal verspreid, en worden ook nu nog uitgegeven. Hij was metropoliet over heel Cappadocië, met nog vijftig kleine bisdommen onder zich, en ook daardoor had hij veel invloed. Met gloed bestreed hij de dwaalleer der Arianen die de Godheid van Christus loochenden en daardoor het wezen van de kerk vernietigden. Deze rationalistische leer werd door veel keizers en machthebbers gesteund, waardoor het gevaar nog veel dreigender werd; een energieke verdeding van de waarheid was dringende noodzaak.

Daarbij komt nog zijn betekenis voor de ontwikkeling van het monnikswezen. Basilius zette zich vooral in voor het gemeenschappelijk leven omdat dit veel gemakkelijker recht doet aan de grondgedachte van het christen-zijn dan het meer individuele kluizenaarsleven. Vanaf zijn 28e jaar tot aan zijn priesterwijding op zijn 40e was hij zelf monnik in het klooster van Annesi in Pontus. Maar vooral later, toen hij na vijf jaar tot bisschop was gewijd, schreef hij vele brieven aan allerlei kloostergemeenschappen naar aanleiding van kwesties betreffende zowel het geestelijk als het praktisch leven. De verzameling van deze brieven wordt wel de Basilius-regel genoemd, en vormt de grondslag van het orthodoxe monnikswezen.

Ook op liturgisch gebied was hij actief. Een bepaalde wijze van viering draagt zijn naam en nog steeds voltrekken we op de zondagen van de Grote Vasten, op de vigiliedagen die voorafgaan aan de feesten van de Heer, en op deze dag de Basilius-Liturgie. Deze onderscheidt zich vooral door de uitvoerige eucharistische canon, die in bezielde taal heel de loop van het heilswerk schildert. ln allerlei opzichten hebben wij dus veel aan deze vader onder de heiligen te danken, en in de dienst van deze dag wordt zijn gedachtenis dan ook op unieke wijze gemengd met het feest van de Heer. Hij is gestorven in 379.